Veel aardewerk is afkomstig uit het Midden-Maasgebied en wordt Maaslands aardewerk genoemd. Het belangrijkste productiecentrum is Andenne (gelegen tussen Namen en Luik); er wordt daarom ook vaak gesproken van Andenne-aardewerk. Andere centra zijn Hoei, Namen en Luik. De voorwerpen zijn gedraaid en bestaan onder meer uit potten, kannen, bekers, kommen en schalen. De magering is fijn en het oppervlak is tamelijk glad. Vaak zijn de voorwerpen voorzien van een laag gele, groene of bruine loodglazuur op schouder en hals en soms is er een decoratie met een radstempel aangebracht. Het is een luxe aardewerksoort. De kleur van de baksels kan variëren van wit (zacht baksel) tot donkergrijs/donkerbruin (hard baksel). Het is te dateren tussen ca. 1075 en 1275. In de omgeving van Delft komt Andenne-aardewerk echter pas, in enkele percentages, voor vanaf omstreeks 1150. Het gaat dan vooral om potten met manchetranden. Eind twaalfde eeuw verschijnen de eerste kannen. Na 1250 komt dit aardewerk in onze omgeving nauwelijks meer voor.
Andenne DB32_P01_H0220_3 D00906.JPG













