Steengoed

E-mail Print PDF
There are no translations available.

In het eerste kwart van de veertiende eeuw evolueert het bijna-steengoed tot het echte steengoed, ook wel gres genoemd, waarbij de scherf bij een baktemperatuur van ca. 1300 graden Celsius een zeer fijne, glaspasta-achtige structuur vrijwel zonder magering heeft gekregen. Aanvankelijk, vanaf het eerste kwart van de veertiende eeuw, is Siegburg het belangrijkste productiecentrum voor steengoed. Eerst zijn het vooral witte tot lichtgrijze ongeglazuurde kannen die hier worden vervaardigd. Later verschijnen er rood-grijs gevlamde vlekken aan de buitenkant van de voorwerpen, die soms zijn bedekt met wat transparante zoutglazuur. Het zijn met name schenk- en drinkgerei (kannen, drinkschaaltjes, trechterbekers).

Gekleurd glazuur
In Langerwehe worden in diezelfde periode kannen gemaakt voor het bewaren van vloeistoffen; deze zijn donkergrijs met een bruine of paarse leemglazuur, waaroverheen soms nog zoutglazuur is aangebracht.
In de vijftiende en zestiende eeuw komt er ook veel steengoed uit Frechen, Raeren, Aken, Keulen en in de zeventiende eeuw uit het Westerwald. De producten van deze centra zijn vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden omdat de pottenbakkers nogal eens van het ene naar het andere centrum verhuizen, met medeneming van hun technieken en stijlen. Steengoed uit de eerste vier centra heeft een donkergrijze scherf en een bruin of grijs kleurende laag zoutglazuur. Het steengoed uit het Westerwald is lichtgrijs en heeft vaak reliëfversieringen (stempels, radstempels en appliques) en accenten in blauw (kobalt) of paars (mangaan). Het wordt tot ver in de negentiende eeuw in grote getale geproduceerd. De producten worden verhandeld via Keulen, waardoor ze ook wel "Keulse potten" worden genoemd.
In de loop van de zeventiende eeuw komt er een einde aan de positie van het steengoed als meest luxueuze gebruiksaardewerk. In de achttiende eeuw is steengoed gedegradeerd tot een zeer eenvoudig gebruiksgoed, dat in de beste gevallen gedecoreerd is met decoraties ontleend aan de volkskunst. Desalniettemin wordt het tot op de dag van vandaag gemaakt.

Baardmankruiken
Een bekend steengoedproduct is de zogenaamde baardmankruik: deze kruiken hebben net onder de hals een applique van een masker van een mannengezicht met baard. Ze komen voor van de vijftiende tot en met de achttiende eeuw. Ook flessen worden vaak gevonden. Deze verpakkingsflessen voor mineraalwater en later voor jenever en likeur worden vanaf het midden van de zeventiende eeuw gemaakt, voornamelijk in het Westerwald. De vorm evolueert van een bolle fles (de zogenoemde P-kruik, die voorkomt van 1680 tot 1740) tot een geheel cilindrische vorm (vanaf ca. 1790). De productie ervan stagneert rond 1880, waarna glazen flessen de functie van de steengoedflessen overnemen.


Steengoed DC116_H0356_1_5.jpg
Steengoed DC116_H0536_1_6.jpg

Last Updated on Monday, 11 April 2011 22:02  
Share to Facebook Share to Twitter Share to Linkedin Share to Google 

Blog Archeologie Delft

There are no translations available.

werkinuitvoering

Klik op het werk-in-uitvoering-icoontje om naar het weblog van Archeologie Delft te gaan