In tegenstelling tot het grijsbakkend aardewerk wordt het roodbakkend aardewerk oxiderend gebakken, waardoor het de karakteristieke roodbruine kleur krijgt. Het komt voor vanaf het einde van de twaalfde eeuw. In de dertiende eeuw vindt de overgang plaats van de productie op huishoudelijk niveau van kogelpotaardewerk naar de georganiseerde productie van grijs- en roodbakkend aardewerk. Delft is vanaf de veertiende eeuw een belangrijk productiecentrum, dat vooral voor de regionale markt produceert. Er zijn pottenbakkerijen opgegraven aan de Nieuwe Langendijk, De Huyterstraat, het Zuideinde en op het voormalige Braatterrein. In 1625 zijn er in Delft 9 pottenbakkerijen; rond 1700 is er nog één. De belangrijkste interregionale productiecentra van rood aardewerk zijn dan Bergen op Zoom en Oosterhout, die vanaf de zeventiende eeuw Delft van het toneel wegdrukken.
Bleekrood aardewerk
Het vroegste rode aardewerk (uit de dertiende eeuw) is bleekrood van kleur. Dit is dunwandig, zacht gebakken aardewerk. In de tweede helft van de dertiende eeuw wordt er, vanwege de porositeit, een transparante loodglazuur aangebracht. Eerst gebeurt dit spaarzaam, gezien de kostbaarheid van het glazuur, alleen op de bodems van bakpannen en pispotten en op de schouder aan de schenkzijde van kannen en kookpotten; dit wordt spatglazuur genoemd. Later, vanaf de zestiende eeuw, worden de voorwerpen ondergedompeld in de glazuur (dompelglazuur), waardoor het object aan beide zijden voorzien wordt van een laag glazuur. Voorwerpen worden soms voorzien van decoraties met gele slib (ringeloordecoraties) of inkrassingen (sgrafittotechniek). Aanvankelijk is het vormenspectrum gelijk aan dat van het grijsbakkende aardewerk, aangezien dit door dezelfde pottenbakkers wordt vervaardigd. Later, vanaf circa 1450, ontstaat er een grote verscheidenheid aan vormen die in de loop der tijd steeds gevarieerder wordt. Het gaat vooral om keukengerei: bakpannen, kannen, grapes (kookpotten), vuurklokken, vetvangers, voorraadpotten, vergieten, lekschalen, aspotten, olielampjes, deksels, borden, etc.
Nederrijns aardewerk
Bij opgravingen in de binnenstad wordt roodbakkend aardewerk verreweg het meest gevonden. Tot in de negentiende eeuw wordt er roodbakkend aardewerk gemaakt. In de loop van de zeventiende eeuw krijgt het concurrentie van onder andere Nederrijns aardewerk. Dit aardewerk, gemaakt in het gebied tussen Rijn en Maas (onder Nijmegen en boven Düsseldorf), wordt geproduceerd vanaf het einde van de zestiende eeuw tot in de late negentiende eeuw. Het vormenspectrum borduurt voort op dat van het overige roodbakkende aardewerk. Het is in zeer grote hoeveelheden geproduceerd; het wordt dan ook in vrijwel alle vondstcomplexen die dateren van na 1675 gevonden.
Roodbakkend aardewerk DC116_H0214_134_4.jpg
Roodbakkend aardewerk DC116_H0230_75_5.jpg
Roodbakkend aardewerk DC116_H0477_69_5.jpg













