Deze aardewerksoort is vervaardigd uit een ijzerarme klei, waardoor de scherf bij het bakken wit kleurt. Door de voorwerpen geheel of gedeeltelijk te bedekken met een laag transparante loodglazuur krijgen ze een geel uiterlijk. Soms wordt er aan het glazuur koperoxide toegevoegd, waardoor een groene kleur wordt verkregen. Tot circa 1400 wordt witbakkend aardewerk geproduceerd in de steengoedcentra in het Rijnland en het Maasland (Andenne). In de vijftiende en zestiende eeuw wordt witbakkend aardewerk ingevoerd in de Lage Landen.
Hafnerwaar
Een aparte groep wordt daarbij gevormd door de zogenaamde Hafnerwaar. Dit aardewerk, voor een belangrijk deel afkomstig uit Keulen, heeft een brokkelige structuur en een tranend en gespikkeld, meestal geel of groen glazuur. Het wordt gemaakt van circa 1425 tot 1680. Vanaf de zestiende eeuw worden de kleien ook ingevoerd om er ter plaatse voorwerpen van te vervaardigen. Daardoor vertonen de vormen van de objecten vaak overeenkomsten met die van roodbakkend aardewerk en faience. Verwarrend daarbij is dat de Hollandse pottenbakkers vaak Keulse en andere buitenlandse vormen imiteren en de Keulse pottenbakkers op hun beurt de Hollandse vormen nabootsen. Behalve in Keulen is er tevens witbakkend aardewerk gemaakt in Dieburg, Frechen, Siegburg, Noord-Frankrijk (Beauvais), Friesland, Gouda en Delft.













